Stedentrips Drenthe
Een dagje uit naar een van de nabijgelegen steden van Golden Tulip Midden-Drenthe.
Bezoek Emmen, Assen, Hoogeveen, Meppel, Coevorden of Groningen.
De volgende steden zijn allen binnen maximaal 30 minuten te bereiken:
- Emmen (30 km)
- Assen (20 km)
- Coevorden (32 km)
- Groningen (50 km)
- Hoogeveen (20 km)
- Meppel (40 km)
Stedentrip Emmen
Emmen ontstond op de zuidoostpunt van de Hondsrug. Het werd voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1139, toen het als Curtis Emne (Hof van Emmen) omgeschreven werd, we vinden vaker de namen Emne en Empne als de oude namen voor Emmen. De betekenis van Emmen is hoogstwaarschijnlijk: de vlakte, het lage land. De oorkonde spreekt van een hoeve (mansus) dat bekend staat onder verschillende namen. De namen zijn Saalhof, Edele Hof maar we kennen het toch vooral onder de naam Heerenhof. Emmen werd eind 12e eeuw een zelfstandige parochie.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het economische zwakke zuidoosten van Drenthe aangemerkt als ontwikkelingsgebied, waarna er onder meer textiel- en metaalfabrieken werden gevestigd. Hun komst maakte nieuwbouwwijken noodzakelijk. Sommige hiervan werden op relatief grote afstand van de bestaande kern gebouwd, dit om landschappelijk waardevolle gebieden als het bos Emmerdennen te behouden.
Emmen wordt ook wel 'Vlinderstad' genoemd.
Stedentrip Assen
1258 werd het nonnenklooster Sancta Maria de Campe of Mariënkamp verplaatst van Coevorden naar een dekzandrug op de plek waar nu het centrum van Assen ligt. Het grootste deel van de toen gegraven singels is later gedempt, maar de huidige straatnamen (Gedempte Singel, Noordersingel, Oostersingel en Zuidersingel) herinneren er nog aan. Het klooster werd in 1602 opgeheven, waarna het hoofdgebouw in gebruik werd genomen als vergaderplaats voor onder meer het College van Gedeputeerden. Later in de 17e eeuw ontstond er een echte nederzetting binnen de singels, ongeveer een cirkel met een doorsnede van 300 m. Pas laat in de 18e eeuw werd Assen uitgebreid tot buiten dit gebied. Het voorheen vrij onaanzienlijke Assen werd pas rond die tijd een aantrekkelijke woonplaats voor de welgestelden in de provincie. Voorbeelden van opmerkelijke woonhuizen zijn Huize Overcingel en het Witte Huis.
In opdracht van Lodewijk Napoleon, die Assen als zomerresidentie koos, werd het in 1807 een zelfstandige gemeente en in 1809 een stad. Daarmee is het één van de jongste steden met stadsrechten in Nederland. Het grootse stedenbouwkundige plan dat hij liet maken door de Italiaanse architect Carlo Giovanni Francesco Giudici bleef nagenoeg onuitgevoerd. In 1814 werd Assen hoofdstad van Drenthe.
In de prille ochtend van maandag 11 december 1944 wordt een gewapende overval gepleegd op het Huis van Bewaring in Assen. De overval wordt uitgevoerd door 11 mannen en 1 vrouw, ze bevrijden uiteindelijk 29 gevangenen. De overvallers en een deel van de bevrijde gevangenen, zijn jongeren en behoren tot de Knok Ploeg Noord Drenthe.
Stedentrip Coevorden
De gemeente Coevorden bestaat uit een historische stad met daarnaast karakteristieke dorpen. Stad en platteland zijn prima in evenwicht: de voorzieningen in de stad en de ruimte en de rust in de prachtige dorpen vormen samen een uniek geheel. Veel recreanten hebben inmiddels ontdekt wat Coevorden hen te bieden heeft: een perfect gebied voor een korte of meerdaagse vakantie. Bijzondere natuurgebieden, eindeloze fietspaden, gezellige dorpen en een gemoedelijke stad zijn de trekkers.
Stedentrip Groningen
Groningen ontstond op de noordelijkste uitloper van de Hondsrug. De oudst bekende schriftelijke vermelding dateert uit 1040, maar vaststaat dat de huidige stad al ver voor dat jaar een bewoonde plaats was. De oudste archeologische vondsten binnen het gebied van de huidige stad zijn met behulp van de C14-methode gedateerd op circa 3950-3720 voor Chr. Een onafgebroken bewoning kan worden vastgesteld vanaf de derde eeuw.
Het aanvankelijk Drentse esdorp, dat volgens Heeroma oorspronkelijk werd bewoond door Friezen[3], werd in de middeleeuwen een belangrijke handelsplaats. De ligging, op de grens van Drenthe en Friesland, was daarbij van grote waarde. Om hun macht te tonen bouwden de stadjers in de dertiende eeuw op eigen gezag een omwalling. De stad zette zich daarbij af tegen de bisschop van Utrecht, die pretendeerde heer over de stad te zijn. Dat Groningen toen een stad was, staat niet ter discussie, maar een expliciete verlening van stadsrecht is niet bekend.
De stedenmaagd van Groningen (schilderij in het stadhuis van Groningen)In de late middeleeuwen maakte de stad deel uit van de Hanze. De invloed van de stad op de Ommelanden was dusdanig groot dat daar de omgangstaal van Fries veranderde in Gronings.
De invloed van de stad op de provincie uitte zich op vele manieren. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in Westerwolde, functioneerde de stad rechtstreeks als landsheer, in andere gevallen was de stad aanwezig als grondbezitter, in weer andere gevallen als vervener, bijvoorbeeld door het aanleggen van het Stadskanaal of als inpolderaar bijvoorbeeld in de Stadspolder. Groningen was tot ver in de 20e eeuw, na het rijk, de grootste grondbezitter in Nederland, zie ook het artikel Stadsbezittingen.
Het hoogtepunt van de macht van de stad ligt aan het einde van de vijftiende eeuw. De invloed reikte toen tot ver in de huidige provincie Friesland. In die periode werd ook de huidige Martinitoren gebouwd die oorspronkelijk 127 meter hoog was en op dat moment in de ogen van de stadjers het hoogste bouwwerk in Europa.[4] Aan de zelfstandigheid kwam tot op zekere hoogte een einde in de 16e eeuw. De stad koos uit eigen belang na het uitbreken van de opstand voor Spanje, maar sloot zich in 1594, de reductie van Groningen, alsnog aan bij de Republiek. Binnen het verband van de Republiek bleef de stad echter als dominante factor binnen het gewest Stad en Lande tot aan de Franse tijd feitelijk een zelfstandige eenheid.
Groningen kreeg in 1614 zijn universiteit, primair voor de opleiding van predikanten. Eveneens in de zeventiende eeuw werd de stad fors uitgebreid en kreeg zij een nieuwe omwalling. Die nieuwe vesting werd in het rampjaar 1672 vruchteloos belegerd door de bisschop van Münster, Bernhard von Galen. Ieder jaar op 28 augustus viert de stad de overwinning op Bommen Berend (zie Gronings Ontzet). In 1698 werd de vesting versterkt met 'Nieuwe Werken', namelijk de Linie van Helpman, ontworpen door Menno van Coehoorn.
De bijzondere positie van de stad, als Heer van grote delen van de provincie, eindigde in de Franse tijd. De vestingwet in 1874 maakte een einde aan de Vesting Groningen, op de oude wallen ontstond het Noorderplantsoen en werd het Academisch Ziekenhuis gevestigd.
In 1945 ging een groot deel van de binnenstad in vlammen op bij de bevrijding van Groningen. De gehele noord- en oostwand van de Grote Markt werden o.a. verwoest, de Martinitoren en -kerk bleven wonderwel gespaard.
Stedentrip Hoogeveen
Het dorp Hoogeveen werd in 1636 gesticht door Pieter Joostens Warmont en Johan van der Meer, Leidse investeerders, omdat de Leienaren (Hollandsche Compagnie) na hevige conflicten met Roelof van Echten (die de ontwikkeling van het gebied eerder belemmerde dan stimuleerde) besloten dat hun arbeiders zich permanent op hun venen moesten kunnen vestigen. Op het belangrijkste kruispunt (het Kruis genaamd) vestigden zich ook al snel winkeliers, verveners, rentmeesters en ambachtslui. Een nieuwe plaats was geboren. In het begin had de nieuwe plaats verschillende namen: Hooch Echten, Nieuw Echten en Echten's Hoogeveen. Iedereen sprak echter ook al van Hoogeveen, en die verkorte naam bleef behouden. Opvallend genoeg was de verkoop van de grond van Hoogeveen echter zo slordig geregeld, dat pas in 1664 de overdracht van de grond onder het oudste deel van het dorp een feit werd. Tot dan was het oudste deel van het dorp dus juridisch deel van de marke van Steenbergen en Ten Arlo. Hoogeveen bleef nog eeuwenlang een veenkolonie. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd turf minder belangrijk en schakelde de plaats over op landbouw en veeteelt en industrie. Bekende fabrieken van die tijd zijn de Coöperatieve Zuivelfabriek (tegenwoordig Kaasfabriek DOC), de blikfabriek Drenthina (later een onderdeel van het Thomassen_&_Drijver-Verblifa) en de conserven- en diepvriesfabriek Lukas Aardenburg (Iglo-producten) (later een onderdeel van Unilever).
Watertoren HoogeveenOok kwam de industrieel Hubertus Willem Karel Fredrik Hendrik Scheijbeler naar Hoogeveen die naast Lukas Aardenburg de industrie van Hoogeveen vorm gaf. Scheijbeler, Tappenbeck Grand hotel Huis ter Duin, Dreesmann van het warenhuis Vroom&Dreesmann waren drie vrienden die vanuit Duitsland naar Nederland kwamen en bedrijven stichten. Scheijbeler bezat een landhuis in Hoogeveen die hij in het najaar vaak betrok om in de bossen op jacht te kunnen gaan.
In de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn van 8 juli 1944 tot de bevrijding op 11 april 1945, werd Hoogeveen bestuurd door de NSB'er Jan Marinus Veldhuis. Hij werd na een 'stoomcursus' persoonlijk aangesteld door rijkscommissaris Seyss Inquart. Bij de komst van de Canadezen vluchtte hij aanvankelijk op een fiets maar verborg zich later in een huis in de WC. Na enige jaren in de gevangenis te hebben doorgebracht vestigde hij zich in 1950 in Rotterdam als accountant.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kanalen gedempt. Hierdoor ontstonden lange, brede, rechte wegen, ideaal voor verkeer. Onder andere Philips, Fokker en Standard Electric vestigden zich in de plaats. Ook richtte Jan Kip in 1947 Kip Caravans in Hoogeveen op. De economie kreeg een enorme impuls en Hoogeveen was enige tijd de snelst groeiende gemeente groter dan 20.000 inwoners van Nederland[1]. Om aan de enorme bevolkingsgroei te kunnen voldoen, werden er grote nieuwbouwwijken aangelegd. In de jaren tachtig was de grote groei er echter uit. In plaats van de eerder verwachte 100.000 inwoners rond 1990 stabiliseerde het aantal inwoners rond ongeveer 45.000. Door een gemeentelijke herindeling waarbij enkele dorpen aan de gemeente werden toegevoegd en de aanleg van de nieuwbouwwijk de Erflanden groeide het aantal inwoners later tot ongeveer 55.000
Stedentrip Meppel
Meppel werd al in 1141 genoemd in een oorkonde, maar in die tijd was het niet meer dan een groepje boerderijen. Meppel kwam in de 16e eeuw tot bloei vanwege de turfafgravingen in Noord-Nederland; de stad was een belangrijke doorvoerhaven vanwege de verbinding met de Drentse Hoofdvaart en de Hoogeveense Vaart aan de ene kant en het Meppelerdiep aan de andere kant. Via het Meppelerdiep kon bij Genemuiden de Zuiderzee bereikt worden. In de 17e en 18e eeuw vestigden zich dan ook veel binnenschippers in het dorp. In 1809 kreeg Meppel stadsrechten.
De wateren die door het centrum van Meppel voeren worden grachten genoemd. Vanwege de namen Heerengracht, Keizersgracht en Prinsengracht wordt de stad ook wel eens het Mokum van het Noorden genoemd. In vergelijking met de grachten van Amsterdam is er in Meppel geen sprake van een ringvormig patroon rond het centrum. Bovenstaande grachten liggen alle langs het oude tracé van de Hoogeveense Vaart door het centrum van Meppel. In de twintigste eeuw zijn enkele grachten gedempt die dwars door het centrum van de stad liepen. Ook zijn enkele ophaalbruggen vervangen door vaste bruggen. Sindsdien is het onmogelijk geworden door Meppel heen Drenthe binnen te varen, ook vanwege de vernauwing van de Hoogeveense Vaart in 2005 ter hoogte van de Oosterboer. In 2008 is een deel van de Gasgracht, tot aan het Prinsenplein in het centrum weer opengegraven. Ter hoogte van de oude "Tipbrug" is een nieuwe opklapbrug over de Gasgracht gebouwd. Deze brug is gebouwd naar het voorbeeld van de Tipbrug en heet "Prinsenbrug".
De inwoners van Meppel worden ook wel "Meppeler Muggen" genoemd,[1] naar aanleiding van een gebeurtenis in het verleden. Op een nacht dachten sommige inwoners dat de kerktoren in brand stond, omdat er een rookwolk om de Meppeler Toren hing, maar het bleek een zwerm vuurvliegjes te zijn.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn bijna alle Joodse inwoners van Meppel door de Duitse bezetter naar de concentratiekampen vervoerd en hebben aldaar het leven gelaten. Van de 250 Meppelse Joden kwamen er 232 om en keerden slechts 18 terug.

